• Increase font size
  • Default font size
  • Decrease font size

Geonatris is een initiatief gebaseerd op het boek Van Natuurlandschap tot Risicomaatschappij. Dit online platform heeft als doel een kennisnetwerk te creeëren voor het aardrijkskundig onderwijs in Nederland en Vlaanderen. Het biedt:

  • De inhoud van het boek: Van Natuurlandschap tot Risicomaatschappij
  • Aanvullend lesmateriaal voor diverse onderwijsniveau's
  • Actuele inzichten van een interdisciplinaire groep specialisten

Nieuws en actualiteiten

Twee rauwe frontiers met ‘unrepresented & uncontacted peoples’ in het nauw

De globaliseringsgolf die de wereld de laatste tientallen jaren heeft overspoeld laat overal sporen achter. Binnen de westerse maatschappijen wordt een groeiende kloof gezien tussen degenen die op die golf meedoen met nieuwe avonturen en anderen die stromeloos dreigen weg te drijven. In andere delen van de wereld zijn ook grootscheepse veranderingen aan de gang. Dit zijn in veel gevallen lokale manifestaties van dezelfde globaliseringsgolven, maar net als in het westen is dat niet het enige dat gebeurt. Langs de randen van die  maatschappijen elders komen groepen zo mogelijk nog veel ernstiger in de klem en wordt op verschillende manieren naar een uitweg gezocht. Twee voorbeelden.

Unrepresented peoples

Overal ter wereld voelen groepen zich onvoldoende opgenomen in de staten waarin zij verblijf houden. Vaak zijn die staten uit onwil of onvermogen ook niet toegerust om aan de verlangens van die groepen tegemoet te komen. De daaruit voortvloeiende conflicten zijn nu de heftigste die zich in de wereld afspelen. Dit zijn al lang niet meer de gewelddadigheden tussen staten. Dat wil niet zeggen dat andere staten zich niet met zulke ‘burgeroorlogen’ bemoeien door wapenleveranties en andere heimelijke interventies. Ook in het kader van de georganiseerde internationale gemeenschap (met name de Verenigde Naties) is er oog voor zulke conflicten en een zekere neiging om zich ermee te bemoeien. Dat gaat nu onder het schild van de recent ontwikkelde doctrine van de ‘responsibility to protect’ (R2P of RtoP). Deze is overigens in praktische toepassing nog zeer omstreden, hoewel hij in beginsel ook door de Veiligheidsraad is aanvaard.

Nog steeds zijn de staten de hoofdrolspelers in de internationale betrekkingen. Maar door de discussie over een externe ‘responsibility to protect’ wordt een basis daarvan aangetast. Dat gebeurt ook vanuit de groeperingen binnen staten die zich niet kunnen neerleggen bij de dominantie van de staat onder welks regiem zij moeten leven. Dergelijke groeperingen hebben ook de koppen bij elkaar gestoken en een eigen internationale organisatie opgericht om hun belangen binnen de internationale gemeenschap gezamenlijk te behartigen.

De UNPO (Unrepresented Nations and Peoples Organization) streeft naar bekendheid en legitimering voor de vertegenwoordigde groepen en zoekt steun voor hun blik op de geschillen waarin ze verwikkeld zijn. De organisatie is in belangrijke mate maar niet geheel gemodelleerd naar de Verenigde Naties, de wereldstatenclub, met een algemeen secretaris als de centrale uitvoerende figuur en een Algemene Vergadering als hoogste orgaan (dus zonder Veiligheidsraad). De organisatie stelt zich ten doel ”to protect and promote their (members’) human and cultural rights, to preserve their environments, and to find nonviolent solutions to conflicts which affect them”. Er is dus formeel geen sprake van een bond van potentiële alternatieve staten, maar de doelstellingen kunnen de leden in diepgaand conflict brengen met hun thuisstaten, die zij misschien vaak meer als een voorlopig onderkomen dan als een warm thuis zien. Er wordt druk gelobbyd bij organen als de Verenigde Naties, de Raad van Europa en de EU. De organisatie is opgericht in 1991 in het Haagse Vredespaleis, de zetel van het International Court of Justice, het oudste internationale rechtsorgaan van de VN. Het secretariaat is in Den Haag gevestigd. Vanaf 1991 is het aantal leden gegroeid van 15 tot 70 (zie het kaartje). De website http://www.unpo.org/ geeft een overzicht van de activiteiten.
UNPO2

Uncontacted peoples
De mens heeft de aarde nu zo grondig in bezit genomen dat het huidige geologische tijdvak wel als het anthropoceen wordt aangeduid. Niet alleen brengt onze leefwijze naar alle waarschijnlijkheid ingrijpende gevolgen met zich mee voor de staat van de planeet als geheel, ook is er nauwelijks nog een plekje te vinden dat niet op enigerlei wijze door de mens beroerd is. Van een natuurlijk milieu zonder enige vorm van menselijke voetafdruk is nergens meer sprake. Op een of andere manier zijn bijna al die mensen op aarde ook met elkaar verbonden in heel of half gemoderniseerde samenlevingen van aanzienlijke schaalgrootte en tussen die samenlevingen via de globalisering die in de laatste periode extra vaart gehad heeft. Buiten al die onderling verbonden mensen en maatschappijen zijn hier en daar nog flinke brokken aarde (zee en land) buiten dat menselijk kluwen gebleven, maar daarmee niet buiten de invloed van de menselijke leefwijze. In delen daarvan zijn tekens van menselijk leven die dus niet in dat kluwen verwikkeld zijn. Waar het algemene mens en maatschappij kluwen dat zich steeds verder verbreidt de resten van andersoortig menselijk leven raakt, ontstaan de problemen die uit eerdere frontiers al goed bekend zijn (denk met name aan de Amerikaanse Indianen).

Er zijn vermoedelijk nu nog zo’n 100 groepen in de wereld die niet verwikkeld zijn in regelmatig contact met de kluwen die bijna de hele wereldbevolking met elkaar vormt. Hun totale aantallen zijn moeilijk te schatten maar de groepen waarover iets bekend is zijn vaak klein, bijvoorbeeld enkele tientallen individuen. Ze zijn met name gesignaleerd in het Amazonegebied in Brazilië en Peru, in de Andamanen, een eilandengroep die tot India behoort gelegen in de Bengaalse Golf tussen Birma en Sumatra en in West Papoea, het voormalige Nederlands Nieuw Guinea. Het zich uitbreidende kluwen stuit op hen waar de staat zijn greep op het grondgebied wil verstevigen, waar natuurlijke hulpbronnen de begeerte van individuele settlers opwekken en waar grote bedrijven de exploratie van natuurlijke hulpbronnen ter hand nemen. Hoewel de buitenmensen zich als groep vaak aan contacten onttrekken en zich bij gelegenheid met hand en tand verzetten, zijn zijzelf en hun bestaanswijze uiterst kwetsbaar voor deze invasies van hun traditionele bestaan.

De kennis van hun aanwezigheid berust op delen van het staatsapparaat van betrokken landen die zich bezighouden met inventarisatie van wat op het grondgebied aanwezig is en in sommige gevallen met pogingen het bestaan van de betreffende bewoners in - wat zij beschouwen als - goede banen te leiden. Er zijn ook activisten en ngo’s die zich het lot van betrokkenen aantrekken en voor ze in het geweer komen. Zo loopt er nu een petitie aan de Peruaanse president om een bepaald volk met rust te laten. Zij doen dat vanuit een moeilijke positie. Op de site van een belangrijke organisatie op dit gebied Survival International www.uncontactedtribes.org is een kaart van de betreffende groepen te vinden (zie onder)  met de uitdrukkelijke mededeling dat de vindplaatsen niet nauwkeurig zijn en dat het niet de bedoeling is met de betrokken groepen contact te zoeken. Tegelijk staan er elders filmpjes en foto’s van leden van die groepen plus hutten, huishoudelijke voorwerpen en werktuigen. De bedoeling is de ‘uncontacted people’ tot hun eigen recht te laten komen.

Er wordt nu wel geprobeerd voor zulke groepen een exclusief woongebied af te bakenen waar geen andere activiteit wordt toegelaten. Desnoods kan uit de groepen zelf het initiatief ontstaan voor contact met de buitenwereld. In een recent boek (The unconquered: In search of the Amazon’s last uncontacted tribes) beschrijft Scott Wallace de expeditie die hij in 2002 met de Braziliaanse voorvechter van deze oplossing, Sydney Possuelo ondernam om zo’n gebied af te bakenen. Typerend genoeg was bij de expeditie ook een fotograaf van National Geographic betrokken. Geografen zijn van oudsher bij dit soort avonturen vaak haantje de voorste geweest. In commentaren op dit initiatief wordt getwijfeld aan de mogelijkheid en wenselijkheid van dergelijke oplossingen hoe integer de bedoelingen ook mogen zijn (er wordt gesproken van de instandhouding van een cultureel museum met echte mensen erin). In sommige gevallen worden de uncontacted peoples nog niet eens beschadigd door het gevreesde contact met de mensen in de wereld maar met de overweldigende natuur waarin ze leven, zelf. Op de Andamanen is in 2004 door de tsunami enorme schade aangericht die ook de uncontacted people getroffen moet hebben. Maar hoe groot de schade voor hen was, is in de buitenwereld niet bekend.

uncontacted_tribes 

 

 

Drill, baby, drill misschien ook voor goede doelen

geothermalOp de Republikeinse Conventie van zomer 2008 in de VS en daarna uit de mond van kandidate Sarah Palin klonk een opzwepend: drill, baby, drill. Naar olie moest er geboord worden in eigen land, schade aan de natuur, dat was maar onzin. Geboord wordt er intussen niet alleen naar olie, het kan ook om andere dingen gaan: boren om beter te kunnen nagaan hoe seismische processen en vulkanische uitbarstingen zich ontwikkelen zodat er tijdig gewaarschuwd kan worden en boren om de warmte in de aarde te kunnen gebruiken voor verwarming en bij heftiger temperaturen voor elektriciteitsopwekking (geothermische toepassingen).

Er wordt natuurlijk al heel lang op seismische processen en vulkaanuitbarstingen gestudeerd en met enig succes, maar er zijn nog veel open vragen. De wetenschappelijke en technologische dynamiek (het boren gaat steeds dieper en door onmogelijker lagen) leidt nu met de hogere bevolkingsdichtheid en de grotere roep om meer zekerheid tot grotere booraandrang: drill, baby, drill. Het gebruik van aardwarmte is ook al heel oud. Lekker poedelen bij warme bronnen gebeurt al vanaf de oudheid. Elektriciteitsopwekking langs deze weg is ook van meet af aan, aan de orde geweest. In Toscane functioneert vanaf 1904 een kleine installatie. Maar voor grootschaliger toepassing is nieuwe technologie nodig. Vanaf de jaren 1970 wordt gewerkt aan EGS (Enhanced, of ook wel Engineered Geothermal System). Het gaat er daarbij om dat het in de diepere aardlagen aanwezige warme water dat warmte afgeeft aan een systeem van circulerend water van de oppervlakte naar die lagen en terug.  Hierbij wordt de waterstroom met veel kracht door de diepe waterhoudende lagen geperst wat behalve de warmte opname ook een grotere permeabiliteit teweeg moet brengen. Hiervoor zijn ook boringen nodig. (voor meer informatie klik hier)

Proeven zijn inmiddels gedaan, de eerste installaties beginnen te leveren. Er staat er ook een in Den Haag voor de verwarming van huizen. De grootschalige elektriciteitsopwekking laat nog op zich wachten, maar er zijn hoge verwachtingen. De potentie is enorm en als het eenmaal werkt, gaat dat volcontinu (niet zoals wind en zon) en zonder uitstoot van schadelijke stoffen (fossiele brandstoffen) of onbeheersbaar afval (kernenergie). Ook hier zijn echter nog heel wat onzekerheden. Projecten zijn afgebroken omdat men onvoldoende warmte op bereikbare diepte kon vinden, maar er zijn ook nieuwe risico’s ontstaan. Het lijkt erop dat dat de krachtige verhoging van de permeabiliteit eigen seismische effecten met zich mee kan brengen. Een aardschok in Basel van ongebruikelijke omvang, hoewel niet catastrofaal, in 2009, bracht ongerustheid teweeg en stopte daar het project.

Op veel plaatsen in Italië komen dankzij het overvloedige vulkanisme risico’s van seismische verstoringen en kansen op geothermale toepassingen gezamenlijk voor. Een goed voorbeeld van wat dan te doen staat,  is het CFDDP (Campi Flegrei Deep Drilling Project). Aan en in de Baai van Napels direct ten westen van de stad (direct oost ligt de Vesuvius met Pompei) bevindt zich Campi Flegrei, een grote vulkaan zonder top, een caldera. Hij ligt half op het land, half in zee. Er is de laatste tientallen jaren weer sprake van verhoogde seismische activiteit en bewegingen van de bodem. De krachten en mechanismen die de bewegingen aandrijven en aan de gang houden zijn niet goed bekend. Er zijn potentieel grote gevaren, het gebied is dicht bevolkt. Tegelijk liggen hier waarschijnlijk ook grote kansen voor grootschalig gebruik van de aanwezige geothermale krachtbronnen. Het CFDDP gaat over het boren van een schacht eerst 500-700 m. recht naar beneden aan de rand van de caldera op het land en daarna schuin naar het midden onder wat in de baai tot een diepte van 4 km. Hier liggen de seismische actieve lagen en het geothermale systeem dat tenslotte mogelijk bruikbaar gemaakt zou moeten worden.

Het project is al enige jaren voorbereid en lijkt nu in een beslissend stadium te zijn gekomen. Hierbij eerst een korte weergave van het idee in een vroeg stadium door de Italiaanse initiatiefnemers tijdens een workshop in 2006 in Potsdam. Daaronder enig materiaal over de te gebruiken apparatuur ontworpen door het Helmholz instituut voor Geo-onderzoek in Potsdam met private partners.

http://www.geo.uni-potsdam.de/icdp_homepage/Workshop%20reports/JSD%20-%20Campi%20Flegrei%20Drilling%20Workshop%20Report,%202006,%20Naples,%20Italy.pdf

http://www.gfz-potsdam.de/portal/gfz/Public+Relations/M40-Bildarchiv/06+Bildergalerie+InnovaRig;jsessionid=1C3DBF8754E69315A8B519398E7D55C1

Op de jaarvergadering van de Academia Europaea in 2009 rapporteerden ze verder. Daaraan is het bovenstaande ontleend. De referentie is: G. De Natale & C. Troise, The ‘Campi Flegrei Deep DrillingProject’: from Risk Mitigation to Renewable Energy Production. European Review 19, 3, July 2011 337-354. De auteurs achten het voor Italië (dankzij de  positief en negatief riskante aanwezigheid van veel vulkanisme) met de huidige beschikbare technologie mogelijk in een periode van 10-15 jaar 10% van de nationale elektriciteitsbehoefte te dekken met geothermaal verworven elektra. De bijdrage aan verwarming en koeling zou nog veel groter kunnen zijn. Er is nu met Europees geld (EU – VII Kaderprogramma) een groot meer algemeen meetprogramma aan de gang om de risico’s van de technologie (zelf opgewekte seismische activiteit) beter te bepalen. Drill, baby, drill, maar wel goed uitkijken.

 

CBS-cijfers komen tot leven op de kaart (bron: NRC.nl)cbs-kaart-586x371
Nergens ter wereld is het postcodesysteem zo fijnmazig als in Nederland. Gemiddeld delen slechts 38 mensen één postcode. Wie meer weet over een postcode, weet dus meer over wie daar woont. En wie iets weet over alle 430.000 postcodes, weet zo’n beetje alles van Nederland.

Sinds vorige maand is deze wetenschap voor iedereen te downloaden. Het Centraal Bureau voor de Statistiek heeft een bestand vrijgegeven met een groot aantal demografische gegevens. Van 75-plussers tot eenoudergezinnen en van allochtonen tot alleenstaanden. Wie al deze postcodes op een kaart zet, kan tot op straatniveau de soms opmerkelijke tegenstellingen zien binnen de Nederlandse steden en dorpen.

Arm en rijk bijvoorbeeld wonen soms op een steenworp van elkaar. De termen ‘aan de goede kant’ en ‘aan de slechte kant’ kunnen op veel plaatsen gebezigd worden. Neem de Oudedijk in Rotterdam, bij metrostation Voorschoterlaan. Aan de noordkant van de dijk zijn de inkomens 3.000 euro hoger dan aan de zuidkant.
Of neem de Erasmusweg in Den Haag. Dat is een keiharde grens tussen een wijk met een in meerderheid allochtone bevolking en het bijna geheel blanke Wateringen.

In een nieuwe stad als Hoofddorp valt meteen het verschil op tussen de wijken uit de jaren zeventig, en de straten van latere datum. Het zijn allemaal eengezinswoningen, maar in de oudere wijken zijn alle kinderen uitgevlogen. In de nieuwste straten daarentegen is de geboortegolf nog maar net begonnen.

En wat zijn toch die kleine plukjes 65-plussers in de grote steden, waar voor de rest vooral alleenstaande twintigers, dertigers en veertigers wonen? Dat zijn aanleunwoningen, bejaardenhuizen en verpleegcentra. Of hofjes, zoals Om en Bij in de Haagse Schilderswijk.

Met deze interactieve kaart is het mogelijk in te zoomen op alle plekken van Nederland.

Klik hier voor de NRC-website

 

Watereducatie

watereducatieIn 2011 heeft het landelijke expertisecentrum aardrijkskunde (CEG) subsidie ontvangen van het ministerie van infrastructuur en milieu om het basis- en voortgezet onderwijs te helpen voorzien van inspirerend lesmateriaal t.b.v. watereducatie.

Voor de lerarenopleidingen van de vakken aardrijkskunde, geschiedenis, biologie en natuur zijn lessen over water opgenomen: Werken met de Bosatlas van Nederland Waterland (zie video leraar 24 de wateratlas) en Water in de schoolomgeving (zie video leraar 24 watereducatie bij aardrijkskunde). Daarnaast hebben Tim Favier (VU) en Roger Baltus (IPABO) twee filmpjes gemaakt over watereducatie in het basisonderwijs. Alle filmpjes zijn dit voorjaar te vinden via www.watereducatie.nl en www.vakdidactiekaardrijkskunde.nl .Tim Favier (VU) heeft ook twee interactieve watergames ontwikkeld voor leerlingen van 10-15 jaar, die te vinden zijn via dezelfde websites.

 

De Nederlandse Grond in Beweging

bodemnederlandIn deze aflevering haakt Labyrint aan bij Nederland van Boven. Vanuit de lucht zien we elke week een mooi geordend landschap, in de grond lijkt het echter een chaos. Labyrint duikt in de bodem en merkt dat de grond onder onze voeten op veel meer plekken weg wordt geslagen dan we dachten, maar er lokaal ook stijgingen zijn die hiervoor nog niet bekend waren. Een mooi beeld van de beweging van de Nederlandse grond.

Direct na de uitzending kon je doorpraten met wetenschappers in de wekelijkse Labyrint Napraatsessie. In de studio waren geoloog Michiel van der Meulen, geodeet Ramon Hanssen en kustspecialist Jan Mulder te gast.

De TU Delft houdt al minstens 18 jaar deze bodembeweging nauwlettend in de gaten. Voor het eerst in de wereld kunnen ze een compleet beeld geven van de beweging van de grond in heel Nederland. Er zijn verzakkingen, maar zelfs lokaal stijgingen aan het licht gekomen die hiervoor nog niet bekend waren. Maar wat zakt precies weg? Hoe komt dat? We kijken in de bodem met TNO om te achterhalen wat er precies gebeurt en hoe we het wellicht kunnen stoppen.

Maar we zakken niet alleen, ons land wordt ook weggeslagen. De Nederlandse kust is al sinds de laatste ijstijd erosief. De afgelopen decennia kromp de kust zelfs steeds harder en de aanvoer van zand uit de rivieren is gestopt. In 1990 is daarom besloten om de kustlijn te behouden zoals hij toen was. Hiervoor moet jaarlijks steeds meer zand bijgestort worden om onze stranden en veiligheid te waarborgen. Het is een intensieve en kostbare aangelegenheid.

Maar onlangs is aan onze kust een wereldwijd uniek proefproject van start gegaan. Vanuit alle windstreken is men benieuwd naar onze Zandmotor. Ditmaal bouwen de Nederlanders met de natuur om hun land te verdedigen.

Lees ook:

'de strijd tegen het water wordt steeds intensiever' (Noorderlicht) 

De aflevering (of fragmenten) 'Water' van Nederland van Boven

 
Help, een aswolk (of een andere natuurramp)
 
EYJAFJ1Chatham House, het Britse onderzoekscentrum voor internationale zaken heeft een boeiend rapport uitgebracht over de omgang met natuurrampen: hoe daarop door overheden en andere partijen gereageerd wordt en hoe het beter kan. De interesse gaat vooral uit naar rampen met een groot effect, die zelden voorkomen. De effecten worden dan al gauw internationaal en dat compliceert de reactie. In de analyse wordt gebruik gemaakt van een aantal recente ervaringen (met Katrina, het olielek in de Mexicaanse golf, de Japanse aardbeving, tsunami en falende kerncentrale), maar vooral is materiaal verzameld over de aswolk uit de IJslandse vulkaan Eyjafjallajökull die in April 2010 voor ernstige onderbreking van het luchtverkeer over de Atlantische Oceaan en in grote delen van Europa zorgde.
 
Het rapport richt zich allereerst op de besluitvorming van betrokken instanties. Dat waren er bij de aswolk heel veel: van luchtverkeersleiders tot overheden (nationale overheden en de Europese Commissie) plus de vele direct betrokken luchtvaartmaatschappijen ook weer min of meer verenigd in een overkoepelend orgaan plus de organisaties die voor de meting van de luchtverontreiniging en interpretatie van de resultaten zorg droegen min of meer verzelfstandigd van de overheden waarbinnen zij nominaal opereren. Het rapport biedt fascinerende plaatjes van de verschillende inrichting van de betrokken overheden in een paar van de landen, waarbij men wel op onderlinge samenwerking rekent.
 
Vervolgens komen de onzekerheden over de te verwachten primaire effecten van de natuurramp aan de orde. Hoe gevaarlijk was het om door een aswolk heen te vliegen bij verschillende concentraties en kon men die concentraties betrouwbaar genoeg voor elke plek aangeven?
 
Daarna worden de economische consequenties naar voren gebracht. Niet alleen heeft een grote ramp door zijn aard primaire effecten die politieke grenzen overschrijden en daarmee een internationale impact, het geglobaliseerde economisch stelsel zorgt voor verdere gevolgen ver buiten het direct geraakte deel van de bewoonde wereld. Wereldwijde aanvoerlijnen van grondstoffen en onderdelen en just-in-time productie systemen zorgen voor gevoeligheden die over de hele wereld verspreid zijn. Een van de ernstigst getroffen economische activiteiten in het geval van de aswolk betrof de rozenkwekerijen in Kenya die hun product niet meer bij de afnemers konden krijgen. In het algemeen is de conclusie dat interrupties van meer dan een week op een gevoelige plek het wereldproductiesysteem buitensporig ontregelen.
 
Tenslotte komt de cruciale rol van communicatie aan bod – tussen instanties die geacht worden leiding te geven en communicatie waarbij het publiek betrokken is. De kwaliteit van al die communicatie kan het collectieve weerstandsvermogen verbeteren of ondermijnen. Hoewel de traditionele massamedia nog steeds een hoofdrol vervullen, zijn sociale media aan gewicht aan het winnen. Wetenschappers die belangrijke inzichten en data hebben en het vermogen om zich daarmee direct in het circuit van de sociale media te begeven, kunnen hier een verhelderende rol spelen.
 
Het rapport is compact en voorzien van sprekende grafieken. Er is ook een goede samenvatting gericht op beleidsmakers. 
 

Energy Future

I n het weekend van 17-18 december werden NRC-lezers bij hun toch al volumineuze krant verblijd met een kleurenbijlage onder de titel ‘Energy Future’. Zonder omwegen werd door verwijzing naar het bekende logo (de gedrukte naam is hier niet nodig) gemeld dat het hier een initiatief betrof van Shell mede mogelijk gemaakt door Museum Boerhaave (een klein, maar fijn wetenschapsmuseum in Leiden) en NRC media (het bedrijf dat de of het NRC uitgeeft). De bijlage bevat een inventarisatie van het energievraagstuk en de oplossingsmogelijkheden via een energietransitie met een andere mix met weinig tekst en veel ondersteunende fotografie, vaak van grote schoonheid.

De reacties bleven beperkt, maar er waren er wel een paar. De coördinator internationale campagnes Milieudefensie wees erop dat de energietoekomst ook smeriger beelden zal laten zien dan in de bijlage getoond en een lezer vroeg zich af of de broeikasbalans van suikerriet wel zo gunstig was als in de bijlage voorgesteld. De ombudsman van de krant was er niet zeker van of de scheiding tussen redactionele inhoud en de rest van de krant wel voldoende helder was gemarkeerd.

Dit soort informatie-actie vanuit of op initiatief van een bedrijf is natuurlijk altijd een ingewikkelde zaak. Hoe weegt het bedrijfsbelang mee in het gebodene? Aan de andere kant: als van een bedrijf verwacht wordt dat het ook maatschappelijke verantwoordelijkheid draagt, is het van belang dat het zich in dit soort  verkenningen begeeft. De bijlage is absoluut de moeite van het bekijken meer dan waard.

Het gaat Shell intussen kennelijk om meer dan een eenmalige actie. De papieren bijlage verwijst naar een website (www.energyfuture.nl) waarin op aanstekelijke manier verschillende aspecten van energiegebruik en transitie onder de loupe worden genomen. Er zijn vaak korte filmpjes en teksten beschikbaar, verslagen van activiteiten en blogs. Dat materiaal is interessant en goed gemaakt maar het dient natuurlijk ook kritisch te worden bekeken. In het onderwijs kan er met profijt van gebruik worden gemaakt.

 

Zeespiegelstijging; adaptatiestrategieën voor kwetsbare kustregio’s; paperopdracht & resultaten

sea_level_riseOngeveer de helft van de wereldbevolking leeft momenteel bij de kust. Het klimaat is er gematigd en de grond vruchtbaar door aanvoer van zoetwater en grondstoffen door rivieren die in zee uitmonden. Vele kustgebieden zijn tevens uitgegroeid tot gebieden met grote maatschappelijke, infrastructurele en economische waarde (denk aan grote bevolkingscentra, industrieën en havens).

Bij een toenemende stijging van de zeespiegel kan land echter door overstromingen tijdelijk verloren gaan, eroderen of permanent ingenomen worden door de zee. Dit effect wordt bovendien versterkt door de verwachte toename van hevige stormen. In deze eerste opdracht ga je je verdiepen in de maatregelen die kunnen worden getroffen wat betreft de toenemende zeespiegelstijging. Welke opties hebben planologen en geografen als we het hebben over de omgang met een mogelijke zeespiegelstijging van circa 100 cm in 2100 ten opzichte van nu? [1]

We gaan er in deze opdracht vanuit dat de Wereldbank, tijdens een conferentie van het IPCC en de Verenigde Naties, een fonds ter beschikking heeft gesteld om de negatieve effecten van zeespiegelstijging te beteugelen, het zogeheten Zeespiegelstijging Adaptatieprogramma. De Wereldbank hoopt dat er met dit programma plannen ter beschikking komen die zowel belangrijke maatschappelijke, economische, als ook infrastructurele waarden zullen beschermen. Een poging tot climate-proofing!

Deze opdracht daagt jullie uit om in ruimtelijke scenariotermen na te denken. Je zult aan het werk gaan met een concrete casus (gebied van circa 100 km kustlijn) waar zeespiegelstijging een serieuze bedreiging vormt. 

Lees de gehele opdracht…

Bekijk hier de 3 best beoordeelde studentenpapers

-         Argentinie (La Costa Partido)
-         Tanzania (Dar es Salaam)
-         Duitsland (Landkreis, Cuxhaven)

- Benieuwd hoe het advies van de Deltacommissie in Nederland klinkt (korte film).

Bekijk hier de gebundelde samenvatting van alle adaptatiestrategieën. 


[1] Wij gaan in deze opdracht uit van het meest negatieve scenario. De absolute stijging kan in sommige gebieden immers hoger uitpakken dan in andere gebieden. Bovendien worden de effecten van zeespiegelstijging vergroot door verhevigde stormen e.d.

 

Environment world review of the year: '2011 rewrote the record books'

hoofdstuk6_downThe ecologically tumultuous year saw record greenhouse gas emissions, melting Arctic sea ice, natural disasters and extreme weather – and the world's second worst nuclear disaster

Lees meer in The Guardian
 
Gezien deze berichtgeving lijkt het erop dat de Risicomaatschappij, zoals Ulrich Beck deze beschrijft, aardig is gerealiseerd. We zijn namelijk beland in een tijdperk waarin we de gevolgen van ons handelen (en de daarbij komende neveneffecten) niet meer overzien. Want is dit overzicht geen samenvatting van het gevolg van onze ‘overmatige’ modernisering?
 
Wie is bij machte om de risico’s rondom nucleaire rampen in te schatten en te beoordelen? Hoe moeten we de diversiteit aan bronnen rondom de klimaatkwestie interpreteren? En  hoe verzekeren we ons van economische stabiliteit? Zekerheid lijkt anno 2012 ver te zoeken.
 
Lees meer over de Risicomaatschappij in H6

 

Nieuwe website over Research for Global Development

NWO heeft een nieuwe website 'Research for Global Development' met voorbeelden van pioniersonderzoek in ontwikkelingslanden. Lees bijvoorbeeld het interview met econoom Tausi Kida over de liberalisering van de gezondheidszorg en armoede in Tanzania. Of kijk hoe Jonne Rodenburg over zijn werk bij het Africa Rice Centre spreekt waar hij een 'war on weeds' aan het uitvechten is. Met de nieuwe website laat NOW zien hoe crucial de rol van wetenschap is bij grote vraagstukken als voedselzekerheid, klimaatverandering en armoede. Zie www.researchforglobaldevelopment.nl

Voorbeeld:Why the Blue Nile carries brown waters

Soil particles that erode from Ethiopian slopes end up in the Blue Nile, which carries them into Sudan. The loss of the soil comes at a great cost to Ethiopian farmers, while the accumulation of the soil in water reservoirs and irrigation canals is a nuisance for farmers in Sudan. It’s a lose-lose situation. Researchers Hermen Smit and Yasir Salih are looking for ways to improve soil and water management in the region.

 


Pagina 1 van 14